Van de doden niets dan goed.

Uiteraard! Je gaat trachten alleen de goede herinneringen te bewaren en de mindere momenten te gebruiken als wijze lessen.
Ik sta telkens opnieuw versteld als je mensen hoort spreken over iemand die gestorven is. Ik trek het niet twijfel, elk mens is uniek op zijn/haar eigen manier met goede en minder goede kanten. Wie ben ik om te beslissen wat goed en slecht is. Wat ik beschouw als een positieve eigenschap, zien anderen mogelijk als tekortkomingen en vice versa.
Toch is het onwaarschijnlijk dat we in zo’n corrupte, asociale samenleving leven. Is het dan werkelijk waar dat, op een paar extreme uitzonderingen na, elk mens “goed” was. Een machine werkt pas als alle radertjes functioneren. Zijn de doden dan pas “goed” wanneer ze ons verlaten hebben? Word je pas heilig nadat je het tijdelijke voor het eeuwige hebt verruild?
Wat maakt een persoon zo uniek? Het is misschien een slechte vergelijking maar Adolf Hitler was in 1939 ook genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede. (Dit was echter vanwege een statement tegenover Neville Chamberlain, Winston Churchill’s voorganger).
Hoe kan het zijn dat mensen zo jaloers, achterbaks, etc. zijn, de ene al in ergere mate dan de ander. Het is waarschijnlijk handiger om mensen meer krediet te geven terwijl ze leven, meer appreciëren en meer begripvol zijn dan lof afsteken als het te laat is. Een mooie doch verbloemende afscheidsrede, bloemen op een graf, zijn dat tekenen van berouw. Het enige wat in me opkomt is vijgen na Pasen. Of misschien ligt het opnieuw aan mij, en moet ik me dringend gaan verdiepen in het boeddhisme en dan specifiek over het onderwerp reïncarnatie.

Is ait an mac an saol

Het licht doet me pijn. Vooral omdat het al te vaak gepaard gaat met warmte. Zoals de meesten verlangen naar zomer, verkies ik de herfst of winter. Weinig tot geen verrassingen en dat zint me wel. Op alle mogelijke gebieden is duisternis favoriet. Je kan bestempeld worden als pessimist hoewel ik dat zie als een verdedigingsmechanisme. Pessimisme is in mijn opinie een label die de lading niet of onvoldoende dekt.
De opzet is gemakkelijk. Je gaat uit van een basis en doet er voorts alles aan om een zo positief mogelijk resultaat op papier te krijgen en klaar is kees. Waarom uitgaan van optimisme om dan na verloop van tijd toch gedesillusioneerd te geraken omdat je toch net iets te ambitieuze doelen hebt vooropgesteld? Beetje dom in mijn opinie, niet? Als het voor jou werk, des te beter en dan is het niet dom, voor mij geldt dit echter niet en daarom mijn bewoording “dom”, niets persoonlijk.
Vandaar dat ik een andere benadering heb gecreëerd. In eerste plaats om teleurstellingen te vermijden. Gevoelsmatig wil je dit resultaat nooit. Daarom springen er, bij een idee, al te vaak een wirwar aan alarmlichtjes aan. Uiteraard zijn de meesten daarvan volstrekt belachelijk, onnoemelijk doemdenkend maar op zich handig om in een stressvolle situaties de druk wat te milderen. Soms komt er ook een uitzonderlijke, sublieme inval die gevaarlijke obstakels aanwijst en waar je dan gepast op kan anticiperen.
Dus, voor mij is het leven in de schemer aangenamer, meer rustgevend. Het al te optimistisch leven zou me teveel stress bezorgen of faalangst om al te diep te vallen. Geef mij maar een plaatsje dichtbij de fundering, die me de meeste stabiliteit garandeert. De koude, vochtige kelder waar de meesten zich liever niet te vaak wagen, is mijn habitat. Als er iemand toevallig in mijn kelder sukkelt, doe ik mijn best om hen er weer bovenop te helpen. En ergens tussendoor een kwinkslag in te verwerken om opnieuw voor verlichting te zorgen. En nee, je hoeft me niet te vergezellen in mijn kelder om mij te plezieren. Ik zal er te gepasten tijde zelf uitkomen, om, helaas al te vaak, er niet al te veel later opnieuw de bewijzen te zien opstapelen om er toch mijn vaste stek van te maken.
Ja, het is dubbelzinnig. En nee, zonlicht verdraag ik niet al te best. Je kan je helaas niet van je vel ontdoen omdat je niet weet waar kruipen. De inmiddels afgezaagde kwinkslag van in mijn diepvriezer te kruipen is voor mij een nog niet zo gek idee. Die staat handig genoeg ook in de kelder.
Het leven is vreemd.
Is ait an mac an saol. Deze Ierse uitdrukking beschrijft perfect mijn gevoel. Het is het schoolvoorbeeld van een Gaelic woordspel. Letterlijk betekend het “het leven is de vreemde zoon”. De ouden Kelten zagen de clan en de wereld als levende dingen. “Saol” betekend zowel het leven als de wereld. “Ait” betekent zowel plezierig, aangenaam, fijn, excellent, komisch, vreemd. De klinker kan verlengd worden als “áit” waardoor het plots plaats betekent. Het concept van een levende wereld beschrijft het subtiele woordspel als “zoon” metaforisch omdat “a mhic” (o zoon) lieflijk beschrijft. De auteur van deze uitdrukking bedoelt dus dat het leven vreemd is maar ook een vriend.